Ibn Qudamah heeft overgeleverd dat Ash-Shibli zei:

كنت في قافلة بالشام فخرج الأعراب فأخذوها وجعلوا يعرضونها على أميرهم فخرج جراب فيه سكر ولوز فأكلوا منه والأمير لا يأكل فقلت له لم لا تأكل فقال أنا صائم فقلت تقطع الطريق وتأخذ الأموال وتقتل النفس وأنت صائم فقال يا شيخ أجعل للصلح موضعا فلما كان بعد حين رأيته يطوف حول البيت فقلت أنت ذاك الرجل فقال ذاك الصوم بلغ بي هذا المقام

Vertaling:

“Ik was met een karavaan in Ash-Shaam (Syrie) en het werd overvallen door een groep bedoeïnen. Zij namen de karavaan mee en overhandigden het aan hun amir. Zij openden een zak en haalden daar suiker en amandelen uit. Ze begonnen allemaal daarvan te eten, behalve hun leider. Ik vroeg: “Waarom eet jij niet?” Hij zei: “Ik ben aan het vasten”. Ik zei: “Je doet aan struikroof; steelt van de mensen; doodt mensen en je bent aan het vasten?!” Hij zei: “Ya Shaykh! Ik hou de wegen tot verzoening (met Allah) open”. Na een tijdje kwam ik hem weer tegen en hij was Tawaaf verrichten rond de Ka’bah. Ik zei: “Jij bent die ene man!” Hij zei: “Door dat vasten heeft (Allah) mij dit doen bereiken”.

["At-Tawwaabeen", 1/276]