Door: Said Amrani

De bedoelingen van het gebed

  1. Door het gebed zal men tot zelfontwikkeling komen. De persoon die bidt, zal degene zijn die slaagt. God zegt: {Dit is het Boek (de Koran) waaraan geen twijfel is, voor de Moetaqqun.Degenen die het onwaarneembare geloven en de salaat onderhouden en die bijdragen geven van waar Wij hun mee hebben voorzien. En degenen die geloven in wat aan jou is neergezonden en in wat voor jou is neergezonden en die van het Hiernamaals overtuigd zijn. Zij zijn degenen die leiding van hun Heer ontvangen en zij zijn degenen die welslagen (moeflihoen)}
    Het infinitief van moeflihoen is falah, benadrukt de volkomen zelfontwikkeling van de mens. Volgens deze aya (vers) kan men dat bereiken wanneer hij /zij drie beginselen aanneemt en twee plichten vervult. De drie beginselen zijn: 1-het bestaan van God. 2-het geloven in de openbaring 3- het geloven in de Hiernamaals.
    De twee plichten die vervuld moeten worden zijn: 1- het onderhouden van het gebed 2-dienst aan de mensheid (door het uitgeven van geld aan de armen).
  2. Door middel van het gebed, zet men het theoretisch geloof om in praktijk. Als men gelooft, hoort hij dat ook tot uiting te brengen. In de geloofsleer wordt imaan (geloof) als volgt beschreven: Het geloven met je hart, het uitspreken ervan, het handelen ernaar.
  3. De zuivering van het hart. Door het gebed wordt het innerlijk gereinigd en worden de kwade verlangens onderdrukt. De verrichte  zondes worden hiermee vergeven, zoals in de traditie staat vermeld dat de Profeet aan zijn metgezellen vroeg: “Vertel mij, als bij een van jullie een rivier voor zijn deur zou stromen en hij zou er vijf keer per dag in baden, zou er dan nog vuil op zijn lichaam achterblijven?” De metgezellen zeiden: “Nee, er zou geen vuil op hem achterblijven.” De Profeet zei: “Dit is een vergelijking met het verrichten van de vijf gebeden. Allah vergeeft hierdoor onze zonden.”
    Deze hadieth is overgeleverd door Aboe Hoeraira en staat in de boeken van Bukhari en Muslim.
    Dus het gebed reinigt de mensen van zonden zoals water het vuil van het lichaam wegwast. De zonden die een mens tussen twee gebeden begaat, worden vergeven door het gebed. Iemand die bidt zal na de dood opstaan met weinig zonden. Hij is gereinigd door zijn gebeden.
  4. Eenmaking van het menselijk ras. Een aantal zaken m.b.t. de eenmaking is een direct gevolg van het gebed. Als voorbeeld hiervoor geldt het gezamenlijk verrichten van het gebed in de moskee. Iedereen staat in een rij, voet naast voet, schouder aan schouder; dit is zeker een teken van gelijkheid en liefde en dat zorgt ook voor een gezonde, maatschappelijke verhouding tussen al deze mensen.

De verboden zaken m.b.t. het gebed

  1. Het bewust zijn van een onreine staat, ofwel voor aanvang van gebed, ofwel tijdens het gebed. Overgeleverd door Abbad ibn Tamiem dat zijn oom klaagde bij de Profeet over degene die zich verbeeldt dat hij zich in een onreine staat bevindt tijdens het gebed. De Profeet reageerde hierop door te zeggen dat hij het gebed niet moet beëindigen, tenzij hij het duidelijk hoort of ruikt (dat hij een wind heeft gelaten). [overgeleverd door Bukhari en Muslim]
  2. Het verzuimen een roekn (onderdeel van iets dat vereist wordt om het geheel compleet te maken. Als het ontbreekt, dan is het geheel waar de roekn een onderdeel van is, ongeldig, zoals de ruku’ in de salaat. Als hij ontbreekt, is de salaat ongeldig.) van de arkaan te verrichten zonder geldige reden. Zoals het geval van degene die slecht heeft gebeden, waarop de Profeet tegen hem zei: “Keer terug en bidt nogmaals, want jij hebt niet gebeden.” [Overgeleverd door Bukhari en Muslim.]
  3. Het opzettelijk eten en drinken. Ibn Mundhir zei: “De geleerden zijn het erover eens dat als iemand opzettelijk eet of drinkt tijdens een verplicht gebed, dat hij het gebed moet herhalen.”
  4. Het opzettelijk praten, niet in voordeel van het gebed. Overgeleverd door Zaid ibn Arqam die zei: “We praatten tijdens ons gebed, men sprak zijn vriend aan terwijl hij naast hem bad, totdat het vers werd geopenbaard: {En staat voor Allah in ootmoed} Wij werden toen bevolen om stil te zijn en werden verboden te praten (tijdens het gebed).
  5. Het luidruchtig lachen tijdens het gebed. Ibn Mundhir vertelt dat er consensus (ijmaa’) is dat het luidruchtig lachen de salaat ongeldig maakt.