Soms denken we het Paradijs te mogen betreden, zonder er iets voor te doen.

Een man heeft gezegd: "We smeken Allah in onze doe'a om ons te helpen meer 'ibaadah te doen, onze imaan te versterken, ons taqwa te schenken – en vervolgens gaan we languit liggen en slapen. Denken diegenen dat zij Allah kunnen vragen en dat Hij hen datgene schenkt zonder dat zij zich ervoor inzetten? Wij moeten hard, keihard strijden tegen het slechte van onze nafs, heel hard vechten tegen luiheid om dat te bereiken en dan zal Allah ons helpen."

Een vrome heeft gezegd:

"Jezelf het Paradijs toewensen zonder ernaar te streven is op zich al een zonde teveel. Jezelf de bemiddeling van de Profeet (salla Allahoe 'alayhi wasallam) toewensen zonder dat je zijn soennah volgt, is een variatie van zelfbedrog. En het wensen van Allah's genade terwijl je Hem ongehoorzaam bent, is dwaasheid en onwetendheid."

Hassan al-Basri (rahimahoe Allah) heeft gezegd:

"Voorwaar, sommige mensen werden meegesleept door het wensen van Allah's genade totdat ze de wereld verlieten zonder dat ze krediet hadden verworven door enig goed werk. Eén van hen zal zeggen: 'Ik denk goed over mijn Heer.' Hij loog; als hij zo over zijn Heer had gedacht dan zou hij rechtvaardigheid hebben nagestreefd voor Zijn zaak."

Toen las hij ter bevestiging van zijn bewering de volgende verklaring van Allah, de Verhevene, voor:

"En dat was jullie veronderstelling, waarmee jullie over jullie Heer veronderstelden, die jullie in het ongeluk gestort heeft. Toen gingen jullie tot de verliezers behoren." {QS 41:23}

En hij zei:

"Oh mensheid! Pas op voor deze wensen, want zij zijn de valstrikken waarin dwazen verzeild raken. Het is bijna zeker, dat Allah geen enkele zegening zal geven, noch in deze wereld noch in het leven hierna, voor iets wat slechts een wens is."