Bikr ibn 'Abdillah al-Moezanie heeft gezegd:
"O zoon van Adam, als jij wilt weten hoe groot de gunsten zijn die Allah jou schenkt, sluit dan je ogen."

Er werd tegen Ibn al-Moebaarak gezegd: "Waarom zit jij niet met ons?"
Hij zei: "Ik ga met de metgezellen (sahabah) en de taabi'ien om."
Zij vroegen hem: "Waar zijn de metgezellen en de taabi'ien?!"
Hij antwoordde: "Ik ga met hen om door hun kennis op te doen, opdat ik hun sporen en hun daden bereik. Wat moet ik met jullie doen, jullie roddelen over de mensen."

En 'Awn ibn 'Abdillah heeft gezegd:
"Ik heb geen andere verklaring voor iemand die tijd vrijmaakt voor de fouten van de mensen, behalve dat hij onachtzaam is over zichzelf. Als hij zich met zichzelf bezig zou houden, dan zou hij nooit tijd vrij maken voor iemands fouten of voor het bekritiseren van iemand."

Bron: 'Min akhbaari Selef'