"Zeg: 'O mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Voorwaar, Hij is de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige. En keert terug tot jullie Heer, en geeft jullie over aan Hem voordat de bestraffing tot jullie komt waarna jullie niet geholpen worden. En volgt op de beste wijze wat aan jullie is neergezonden van jullie Heer, voordat de bestraffing onverwacht tot jullie komt, terwijl jullie het niet beseffen.' Zodat er voor geen ziel aanleiding zal zijn om te zeggen: 'O wat heb ik een spijt omdat ik nalatig ben geweest (in mijn plicht) jegens Allah, hoewel ik tot de spotters behoorde.' Of zij zou zeggen: 'Als Allah mij had geleid, dan zou ik zeker tot de Moettaqôen* hebben behoord!' Of zij zou zeggen, toen zij de bestraffing zeg: 'Had ik (nog) een kans, dan zou ik tot de weldoeners behoren!' Nee! Mijn Tekenen zijn reeds tot jou gekomen, maar jij loochende ze en jij was hoogmoedig en jij behoorde tot de ongelovigen." {QS 39:53-59}

(* De Moettaqoen zijn de rechtschapen mensen die beschikken over Taqwa, d.w.z. het vrezen van Allah's Toorn en het zich daartegen beschermen door te doen wat Hij heeft bevolen, en door zich verre te houden van wat Hij verboden heeft verklaard.)

In zijn commentaar zei Ibn Kathier: "Deze glorieuze Verzen zijn een oproep voor elke zondaar, moslim of geen moslim, om berouw te tonen en terug te keren naar Allah de Verhevene. Het is ook een mededeling dat Allah de Verhevene alle zonden vergeeft als men berouw toont en er afstand van neemt, hoe talrijk ze ook zijn. Dit (het vergeven van zonden) kan niet worden verkregen zonder het tonen van berouw, aangezien ongeloof niet vergeven kan worden van degene die er geen berouw voor heeft getoond."

Er is verhaald op gezag van Ibn 'Abbaas, dat er onder de polytheïsten enkele personen waren die een groot aantal moorden gepleegd hadden en die zich overdadig schuldig hadden gemaakt aan ontucht. Toen kwamen zij bij de Profeet Mohammed (salla Allahoe 'alayhi wasallam) en zeiden: "Alles wat jij beweert en waar jij naar oproept is inderdaad goed. Maar als jij ons informeert dat er een boetedoening is voor onze voorgaande daden (dan zullen wij de Islaam omarmen)." Toen werd de volgende Aayah geopenbaard: "Zeg: 'O mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah…'" (Overgeleverd door Al-Boekhaarie, Moeslim en Aboe Dawoed)

Op gezag van Thawbaan, de slaaf van 'Oethman, die ook zei: De hele wereld en al wat er in is, heb ik niet meer lief dan de volgende Aayah: "Zeg: 'O mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah…'" (Overgeleverd door Imaam Ahmad)

Op gezag van 'Amr ibn 'Anbasah (radia Allahoe 'anhoe) die zei: Een oude man kwam bij de Boodschapper van Allah (salla Allahoe 'alayhi wasallam), leunend op een staf en zei: "O boodschapper van Allah, ik heb vele grote zonden begaan. Zullen mijn zonden vergeven worden?" De Profeet (salla Allahoe 'alayhi wasallam) zei: "Getuig jij dat er geen god is dan Allah?" De man antwoordde: "Ja, en ik getuig dat u de boodschapper van Allah bent." De Boodschapper (salla Allahoe 'alayhi wasallam) zei: "Nu, jouw zonden zijn vergeven." (Overgeleverd door Ahmad)

Imaam Ahmad levert ook over op gezag van Asmaa-e, de dochter van Yazid (radia Allahoe 'anhaa) die zei: "Ik hoorde de Boodschapper van Allah (salla Allahoe 'alayhi wasallam) reciteren: "Voorwaar, het is geen rechtschapen daad…" Daarop hoorde ik hem zeggen: "Zeg: 'O mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Voorwaar, Hij is de Vergevensgezinde, de Meest Barmhartige.'" (Overgeleverd door A'mad, Aboe Dawoed en at-Tirmidhie)

De hierboven genoemde Ah'adieth tonen aan dat alle soorten zonden vergeven worden door het tonen van berouw. Niemand hoeft dus te wanhopen aan de Genade van Allah de Almachtige, hoe groot en talrijk zijn zonden ook zijn. Inderdaad, de poort van berouw en genade is zeer wijd. Allah de Verhevene zegt: "En Hij is Degene Die het berouw van Zijn dienaren aanvaardt…" {Qs 42:25}

Hij zegt ook: "En wie slechte werken verricht of zichzelf onrecht aandoet, maar dan om vergeving bij Allah vraagt: hij zal vinden dat Allah Vergevensgezind, Meest Barmhartig is." {Qs 4:110}

Allah de Barmahrtige zegt over de hypocrieten: "Voorwaar, de huichelaars zullen in de laagste verdieping van de Hel zijn: jij zult nooit een helper voor hen vinden. Behalve degenen die berouw hebben en zich beteren…" {Qs 4:145-146}

Er is overgeleverd in de Sah'ieh' (authentieke overleveringen) dat Aboe Sa'ied al-Khoedri verhaald heeft van Allah's Boodschapper (salla Allahoe 'alayhi wasallam), dat hij gezegd heeft: "Er was een persoon vóór jullie die 99 mensen had vermoord en onderzoek ging doen bij ontwikkelde mensen van de wereld (die hem de weg konden wijzen naar verlossing). Hij werd verwezen naar een monnik. Hij kwam bij hem en vertelde hem dat hij 99 mensen had vermoord en vroeg hem of hij kans had dat zijn berouw aanvaard zou worden. Hij zei: 'Nee.' Hij vermoordde hem ook en maakte dus de honderd vol. Hij vroeg toen naar de ontwikkelde mensen op de aarde en hij werd verwezen naar een geleerde en vertelde hem dat hij honderd mensen had vermoord en vroeg hem of hij enige kans had dat zijn berouw aanvaard zou worden. Hij antwoordde: 'Ja, wat staat er tussen jou en je berouw? Het is beter voor je om te gaan naar dat en dat land, daar zijn mensen die toegewijd zijn aan gebed en aanbidding en jij dient samen met hen te aanbidden en kom niet terug naar jouw land, aangezien het een slecht land (voor jou) is.' Hij ging dus weg en hij had nauwelijks de helft van zijn reis voltooid toen de dood tot hem kwam. Er was een geschil tussen de engelen van genade en de engelen van de bestraffing. De engelen van genade zeiden: 'Deze man is gekomen als berouwvolle en is berouwvol tegenover Allah.' De engelen van de bestraffing zeiden: 'Hij heeft helemaal niets goeds gedaan.' Toen kwam er een andere engel in de vorm van een mens, om tussen hen te beslissen. Hij zei: 'Jullie meten het land waar hij het dichtst bij was.' Zij maten het en zagen dat hij dichter bij het land was waar hij van plan was om naar toe te gaan (het land van vroomheid), en de engelen van genade namen hem in bezit."

In een andere overlevering staat: "Hij werd gevonden dichter bij het dorp waar vrome mensen leefden, gelijk aan de lengte van een span, en werd aldus tot hen berekend." In een andere overlevering staat: "Allah beval de aarde (van waar) hij weg wilde gaan, om zichzelf verder van hem te verwijderen en de andere aarde (waar hij naar toe wilde gaan) om dichterbij te komen." In een andere overlevering zegt Qataadah dat Al-Hasan hem vertelde: "Er is ons verteld dat toen hij bijna stierf, hij op zijn buik kroop (en erin slaagde om) in het land van genade te komen."

Ibn 'Abbaas (radia Allahoe 'anhoe) heeft gezegd: "Eenieder die de dienaren van Allah aan berouw laat wanhopen, heeft Allah's Boek ontkend. Maar het berouw van enig persoon is bepaald door Allah's Toestemming."