Tot hun gedrag behoort dat zij zich aan het boek van Allah en de soennah van de Boodschapper van Allah (salla Allahoe 'alayhi wasallam) houden, net zoals een schaduw zich vasthoudt aan de mens.

En niemand van hen begint les te geven totdat hij van de zee van de kennis van de zuivere shari'ah gedronken heeft, op zo'n manier dat hij op de hoogte is van de bewijzen van de madaahib die verdwenen zijn, en de madaahib die nog gebruikt worden, en totdat hij met de geleerden gezeten heeft, en met hen gesproken heeft over de bewijzen en argumentaties. En wanneer men in hun boeken kijkt, zal men zien dat hun boeken van deze bewijzen overlopen.

Aboel-Qaasim zegt:

"Ons boek – de Koran – is de leider van al de boeken en vat deze allemaal samen. En onze shari'ah is de meest duidelijke shari'ah… en men mag degene die de Koran niet gelezen heeft (hij bedoelt hier bestudeert heeft) en de soennah niet van buiten kent niet volgen (in zijn weerleggingen van de bewijzen binnen het geloof)."

Tot hun gedragingen behoort dat zij zuiver in intentie waren in hun daden en woorden, en zij hadden allen angst dat riyaa (gezien willen worden door de mensen tijdens de daden) zijn weg naar hun harten zou vinden.

Soefyaan Ath-thawrie zegt:

"Mijn moeder zei mij: 'Leer deze kennis niet totdat je de intentie hebt deze in praktijk te brengen, want anders zal dit een slecht einde kennen op de dag van de opstanding.'"

Al-Hassan Al-Basri zei soms tegen zijn eigen ziel:

"Jij praat met de woorden van de vromen, onderworpen en aanbidders, en jij verricht de daden van de zondaars, huichelaars, en zij die gezien willen worden. Bij Allah, dit is niet de eigenschap van de oprechten!"

Mohammed ibnoel-Moenkadir zei:

"Mijn meest geliefde broeders zijn degenen die Allah aanbidden tijdens de nacht en hierover zwijgen, want de meest geëerde aanbidding is die van de nacht, want tijdens de dag ziet iedereen je aanbidding, maar tijdens de nacht, is dit zeker voor de Heer der werelden."

Er werd gevraagd aan Yoenoes bin 'Oebayd:

"Heb jij iemand gezien die de daden van Al-Hassan Al-Basri verrichtte?" Waarop hij antwoordde: "Ik heb zelfs niemand gezien die hetzelfde als hij zei, dus hoe wil je dan dat ik iemand gezien heb die hetzelfde als hem verricht? Hij liet tijdens zijn lessen de harten van de mensen wenen, terwijl anderen zelfs de ogen van de mensen niet liet wenen!"

En er werd gezegd tegen Yahyaa bin Moe'aadh:

"Wanneer is een dienaar oprecht?" Hij antwoordde: "Wanneer hij net zoals een zuigeling is, deze zuigeling trekt het zich niet aan of hij nu geprezen of misprezen wordt."

En Allah weet best.